Nederlands bedrijfsleven moet verantwoordelijkhead nemen

TWITTER
FACEBOOK
Vice Versa | 12 februari 2013

Emma-Jane Tolenaar 

De hoorzitting over landroof die afgelopen maandag in de Tweede Kamer werd gehouden benadrukte het belang van transparantie in het beleid. Ook werd het Nederlandse bedrijfsleven aangesproken op haar verantwoordelijkheid om het landroof probleem een halt toe te roepen.

‘Landroof en landinvesteringen zijn niet nieuw, maar de schaal waarop het nu plaatsvindt is zorgwekkend. Landbouwinvesteringen kunnen heel waardevol zijn, maar het type investeringen dat momenteel veel wordt gedaan zorgt er voor dat de lokale bevolking zijn huizen en inkomstenbronnen verliest,’ zo opent Monique van Zijl van Oxfam International de middag.

Transparantie

Van Zijl vervolgt; ‘Tot op heden is het nog niet gelukt om een goed overzicht van het landroof probleem te krijgen. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door een gebrek aan transparantie aan de kant van investeerders. Dit moet veranderen. Er moet duidelijk worden wie, waar, waarin en hoeveel zij, investeren. De vrijwillige richtlijnen van de Food and Agriculture Organization (FAO) zijn wel geaccepteerd door Nederland en haar partnerlanden, maar de toepassing gebeurt niet vanzelf. Er moet meer aandacht zijn voor de toepassing van deze richtlijnen en de gebieden van incoherentie tussen verschillende richtlijnen van de FAO en het beleid van verschillende ministeries. Vervolgens moet de geboekte vooruitgang – of het gebrek hier aan – worden gerapporteerd.’

Het begrip landroof blijft enigszins abstract. Niet alle landinvesteringen zijn landroof, en niet alle vormen van landroof is illegaal. Dit maakt het moeilijk om het probleem effectief aan te pakken. Omdat mensenrechten wel in verdragen en wetten zijnvastgelegd, beroepen veel van de sprekers zich hierop Zoals Camiel Donicie van mensenrechtenorganisatie FIAN, uitlegt: ‘Nederland heeft het verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden ondertekent. De plicht om de rechten die in dit verdrag worden genoemd te beschermen, stopt niet bij de nationale grenzen. Nederland draagt daarom ook verantwoordelijkheid voor Nederlandse bedrijven die in het buitenland actief zijn.’

Controlemechanisme

Volgens Donicie hangt het verbeteren van mensenrechten nauw samen met een verhoogde controle. ‘Vertrouwen in zelfregulering is niet voldoende. Er moet meer transparantie komen door onder andere een registratieplicht voor landinvesteringen in te stellen. Daarnaast moeten Nederlandse ambassades wereldwijd, toezicht houdt op Nederlandse investeringen door middel van een controlemechanisme. Deze controleorganen moeten ook openstaan voor klachten van de lokale bevolking.’

Barbara  van Paassen van ActionAid pleit voor betere landrechten voor vrouwen: ‘Vrouwen worden het hardst getroffen door landroof, maar worden het minst beschermd. Zij zijn in grote mate afhankelijk van het land voor hun inkomen en het voeden van hun gezinnen, maar hebben er vaak weinig tot niets over. Daarom is het belangrijk dat de kennis van hun rechten vergroot wordt, evenals de capaciteit om deze rechten te claimen. De Nederlandse overheid zet zich hier al enigszins voor in, maar dit kan en moet nog veel meer gebeuren.’

Investeringsrisico

‘Daarnaast moet er goed worden gekeken naar de risico’s van investeringen van publiek geld in de private sector,’ waarschuwt Van Paassen. ‘We weten heel erg weinig over de landinvesteringen die plaatsvinden. Wel is het algemeen bekend dat twee derde van de landinvesteringen in Afrika wordt gedaan door Europese bedrijven om biobrandstof te verkrijgen. Dit moet stoppen. De druk op landbeschikbaarheid moet worden verlaagd door het biobrandstofbeleid aan te passen.’

De vraag is echter of meer transparantie en registratie mogelijk zijn onder de bestaande OESO-richtlijnen. Van Paassen: ‘De OESO-richtlijnen richten zich alleen op Nederlandse bedrijven en niet op investeringen van de Nederlandse overheid of Nederlandse financiers. Daarnaast zeggen ze niks over landrechtenkwesties. De vrijwillige richtlijnen doen dit wel en vormen daarom een sterke aanvulling. Als Nederlandse bedrijven op een eerlijke manier zaken doen hoeven zij zich geen zorgen te maken over de gevolgen van de uitvoering van de vrijwillige richtlijnen, omdat dit hun manier van opereren niet zal veranderen.’

Eerlijkheid

Ook Anna Pot van APG Asset Management en Bas Ruter van de Rabobank benadrukken vanuit het investeringsperspectief het belang van transparantie en regulering. Pot: ‘Het is belangrijk om duidelijk te zijn over de verwachtingen, voordat er wordt overgegaan tot een investering. Wij vragen de lokale ondernemingen om goede rapportages en gaan regelmatig zelf in het veld kijken.’

Sylvia Kay maakt onderdeel uit van het Agrarian Justice Team van het Transnational Institute (TIN). Waar andere sprekers zich met name richten op het recht, kijkt zij voornamelijk naar rechtvaardigheid. ‘Er moet een mentaliteitsverandering plaatsvinden. Industriële landbouw is in veel gebieden wel toegestaan, maar het is niet goed voor de lokale bevolking en daardoor niet wenselijk. Industriële landbouw en kleine boeren kunnen niet naast elkaar bestaan omdat kleine boeren niet de concurrentiestrijd kunnen aangaan met de industriële landbouw en daardoor worden zij weggeconcurreerd.’

Jun Borras van het TNI vult zijn collega aan: ‘In veel gevallen van landroof is het land wel nodig, maar de arbeiders zijn overbodig omdat machines een groot deel van het werk  overnemen. Dit betekent dat de lokale bevolking met lege handen achterblijft. In andere situaties is er wel arbeidskracht nodig, maar zijn de werkomstandigheden ontzettend slecht en wordt de bevolking uitgebuit. De beloofde win-win-win situatie, waarbij Westerse investeerders, lokale overheden en de lokale bevolking allemaal profiteren, wordt hierdoor nooit bereikt. De vraag is of zo’n situatie überhaupt mogelijk is. Ondanks de vele kennis over het onderwerp blijven het land en de rijkdom nog steeds in handen van Westerse investeerders en lokale elite.’

Ironie

Gerdien Meijerink, Hoofd Onderzoek Internationale Handel en Markten bij het Landbouw-Economisch Instituut (LEI), deel van Wageningen UR, redeneert vanuit het voedselvraagstuk: ‘Er is genoeg voedsel voor iedereen beschikbaar, maar het is simpelweg onbetaalbaar omdat de voedselvraag – dankzij snel groeiende Aziatische economieën – hard stijgt. Het ironische is dat 75% van de mensen met honger, op het platteland woont: de plek waar voedsel geproduceerd wordt, maar tegelijkertijd onbereikbaar is. Dit komt omdat het belang van bedrijven doorgaans voorop staat.

Met steeds meer mensen op deze aardbol en beperkte ruimte en grondstoffen moeten er keuzes gemaakt worden. Maar door de vele tegengestelde belangen en prioriteiten lijkt het vooralsnog vrijwel onmogelijk om landroof een halt toe te roepen. De kans op succes ligt in de handen van maatschappelijk verantwoorde ondernemers en investeerders.
Original source: Vice Versa
TWITTER
FACEBOOK
TWITTER
FACEBOOK

Post a comment

Name

Email address (optional - if you want a reply)

Comment